HDPE, RVS en beton kunnen alle een goede vetafscheider opleveren, want NEN-EN 1825 stelt eisen aan de werking en niet aan één materiaal. HDPE is licht en corrosievast en geschikt voor de meeste ondergrondse opstellingen. RVS is sterk en hygiënisch en past goed bij compacte afscheiders binnen. Beton is zwaar en zeer duurzaam, geschikt voor grote ondergrondse units.
Een vetafscheider wordt ook wel vetvanger, vetput, vetvangput of in het Engels grease separator genoemd.
Kunststof afscheiders van HDPE zijn licht, roesten niet en zijn ongevoelig voor de agressieve stoffen in vethoudend afvalwater. Het lage gewicht maakt transport en plaatsing eenvoudiger, ook op locaties die voor zwaar materieel slecht bereikbaar zijn. De keerzijde is dat een lichte tank in de grond zorgvuldig moet worden ingebed en soms verankerd, om opdrijven bij een hoge grondwaterstand en vervorming onder belasting te voorkomen. Voor de meeste horeca- en keukensituaties is HDPE een verstandige standaardkeuze.
Roestvast staal vindt u vooral bij compacte afscheiders die binnen staan, dicht bij of onder de keukenapparatuur. Het materiaal is sterk, goed te reinigen en bestand tegen de temperaturen van keukenafvalwater, wat het hygiënisch aantrekkelijk maakt in een voedselomgeving. Nadeel zijn de hogere kosten, waardoor RVS voor grote ondergrondse afscheiders zelden de eerste keuze is. Waar ruimte en hygiëne tellen en de afscheider zichtbaar binnen staat, is RVS op zijn plaats.
Betonnen afscheiders zijn zwaar en daardoor stabiel in de grond, met weinig kans op opdrijven, en ze gaan zeer lang mee. Ze worden vaak gekozen voor grote, ondergrondse afscheiders en op plaatsen met zware verkeersbelasting boven het deksel. Daar staat tegenover dat transport en plaatsing zwaar materieel vragen en dat beton in agressief afvalwater op termijn aandacht voor de binnenwand kan vergen. Voor forse debieten en permanente buitenopstelling is beton een beproefde keuze.
De materiaalkeuze volgt op de vraag waar de afscheider komt en hoe groot hij moet zijn, niet andersom. Bepaal eerst de maat volgens NEN-EN 1825 en de plaats volgens binnen, buiten, vrij verval of met pomp. Pas daarna kiest u het materiaal dat bij die situatie past: gewicht en bereikbaarheid, grondwaterstand, verkeersbelasting, hygiëne-eisen en budget wegen mee. Omdat een leverancier vaak één materiaal voert, helpt een onafhankelijke blik om de juiste afweging te maken. Meer over het systeem leest u bij vetafscheiders.
Niet per definitie. HDPE roest niet en is bestand tegen de stoffen in het afvalwater. Mits goed ingebed en onderhouden gaat HDPE lang mee. Beton wint vooral op stabiliteit en bij zeer grote volumes.
Technisch kan het, maar het is ongebruikelijk vanwege de kosten. Voor ondergrondse opstelling vallen de meeste keuzes op HDPE of beton.
Nee, de leegfrequentie volgt uit de vulgraad en de belasting, niet uit het materiaal. Lees hierover hoe vaak moet een vetafscheider geleegd en gekeurd worden.