Een pompput, ook wel gemaal genoemd, verzamelt afvalwater en pompt het omhoog of onder druk weg wanneer het niet vanzelf onder vrij verval naar het riool of de zuivering kan, bijvoorbeeld op een laaggelegen perceel of in het buitengebied. De put vult zich tot een ingesteld niveau, waarna een pomp aanslaat en het water via een persleiding wegduwt. Vaak werkt zo'n put met twee pompen, een niveausturing en een alarm, zodat de afvoer ook bij storing of piekaanvoer doorgaat.
Een pompput wordt ook wel vuilwaterput of gemaal genoemd, en bij drukriolering hoort bij elk perceel zo'n eigen pompput.

Schematische doorsnede. Afvalwater stroomt onder vrij verval de schacht in, stijgt tot een ingesteld niveau, waarna een dompelpomp het via de persleiding onder druk afvoert. Een vlotter stuurt de pomp; een tweede pomp en alarm vangen storing en piekaanvoer op.
Een pompput is een verticale schacht of tank in de grond waarin afvalwater wordt opgevangen en met een pomp omhoog of onder druk wordt weggevoerd. Riolering werkt het liefst op zwaartekracht: het water loopt vanzelf naar beneden, naar het riool of de zuivering. Op plekken waar dat hoogteverschil ontbreekt, neemt een pompput die taak over. De put vangt de aanvoer op, een niveausensor houdt het waterpeil in de gaten en zodra het hoog genoeg staat, slaat de pomp aan en duwt het water via een gesloten leiding verder. Een groter exemplaar dat een hele wijk of straat bedient, wordt meestal een gemaal genoemd; de werking is hetzelfde.
Een pompput is nodig zodra afvalwater niet vanzelf de goede kant op loopt. Dat speelt bij laaggelegen percelen, een kelder of souterrain onder het rioolniveau, een aansluiting die verder weg of hoger ligt dan de bron, en in het buitengebied waar geen vrijvervalriool aanwezig is. In dat laatste geval is vaak sprake van drukriolering: het gemeentelijke stelsel werkt dan niet op verval maar onder druk, en elk aangesloten perceel heeft een eigen pompput die het water het hoofdsysteem in pompt. De gemeente stelt voor zo'n aansluiting eisen aan de put, de pomp en de manier van aansluiten. Die aansluiteisen verschillen per gemeente, dus controleer ze altijd bij de beheerder van het stelsel voordat u iets plaatst.
Een pompput is opgebouwd uit een aantal vaste onderdelen die samen de afvoer regelen:
De juiste maat van een pompput volgt uit de situatie, niet uit een vaste tabel. Bepalend zijn het te verpompen debiet en het verloop van de aanvoer: een gelijkmatige stroom vraagt iets anders dan korte, hevige pieken. Daarnaast telt de opvoerhoogte mee, het hoogteverschil en de weerstand die de pomp moet overwinnen tot het afleverpunt, samen met de lengte en diameter van de persleiding. Tot slot is er de bufferinhoud: de put moet genoeg ruimte hebben om aanvoer op te vangen tussen twee pompslagen in, zodat de pomp niet te vaak kort achter elkaar start. Te krap bemeten leidt tot overlast en slijtage, te ruim is onnodig duur. Waar een gemeentelijke drukriolering in het spel is, gelden bovendien de aansluiteisen van de beheerder; die zijn leidend en horen vooraf bekend te zijn.
Een pompput heeft bewegende delen en elektrische techniek, en vraagt daarom periodiek onderhoud. De put wordt gecontroleerd op aanslag en bezinksel, de pomp en de vlotters worden nagekeken op werking en slijtage, en het alarm wordt getest. Vetten, doekjes en grof vuil zijn de meest voorkomende oorzaken van storing; ze kunnen de pomp of de vlotter blokkeren. Een logboek van controles en storingen helpt om patronen te herkennen en onderhoud op tijd te plannen. Bij een aansluiting op gemeentelijke drukriolering is meestal vastgelegd wie welk deel beheert, de gemeente of de eigenaar; het is verstandig die taakverdeling vooraf helder te hebben.
De pomp kan in het water hangen of ernaast staan. Een dompelpomp zit in de put zelf, wordt gekoeld door het water eromheen en is de compacte standaard voor de meeste situaties. Een droogopgestelde pomp staat in een aparte, droge ruimte naast de put; het onderhoud gebeurt dan zonder dat er iemand het vuile water in hoeft, wat bij grotere installaties en veeleisend beheer zwaar weegt. De afweging gaat over bereikbaarheid, hygiëne bij onderhoud, kosten en de ruimte die er is. Ik zet de argumenten op een rij in dompelpomp of droogopgesteld.
Een pompput is zo betrouwbaar als zijn schakeling. Bij installaties waar stilstand direct schade of overlast geeft, is een dubbelpompsopstelling de norm: twee pompen die elkaar afwisselen, zodat ze gelijk slijten en er altijd een reserve is als er één hapert. Daarbovenop hoort een hoogwateralarm dat meldt voordat de berging overloopt, niet erna. En steeds vaker is dat alarm gekoppeld aan telemetrie: de put meldt zelf op afstand dat er iets afwijkt, van een pomp die te vaak schakelt tot een niveau dat langzaam oploopt. Wie wacht tot de pomp zich meldt door stil te staan, hoort het op het slechtste moment.
Achter de pomp begint de persleiding, en die verdient evenveel aandacht als de put. De diameter moet passen bij het debiet: te krap kost energie en slijtage, te ruim laat het water zo traag stromen dat vuil bezinkt in de leiding. In de leiding hoort een terugslagklep die voorkomt dat het weggepompte water bij stilstand terugloopt, plus een afsluiter zodat er onderhoud mogelijk is zonder de leiding leeg te trekken. Bij lange persleidingen komt daar het ontluchten bij, want een luchtbel op het hoogste punt kan de afvoer flink knijpen. Het zijn details die je bij de aanleg in één keer goed doet, of jaren blijft voelen.
Ik lever geen pompputten, ik beoordeel wat uw situatie vraagt. Ik breng de hoogteligging, de aanvoer en de aansluitmogelijkheid in kaart en zoek uit welke eisen er gelden, bijvoorbeeld die van een gemeentelijke drukriolering. Daarna weet u onafhankelijk wat er nodig is, los van wie het uiteindelijk levert. Leg uw project voor.
In de kern hetzelfde principe: afvalwater opvangen en wegpompen. Met pompput bedoelt men meestal een kleinere put die één perceel of gebouw bedient, terwijl gemaal vaak slaat op een groter exemplaar dat een straat, wijk of stelsel verpompt. De werking met pomp, niveausturing en persleiding komt overeen.
Zodra het afvalwater niet vanzelf onder vrij verval kan wegstromen. Denk aan een laaggelegen perceel, een ruimte onder rioolniveau, een ver of hoger gelegen aansluitpunt, of het buitengebied waar drukriolering ligt in plaats van een vrijvervalriool.
Drukriolering is een rioolstelsel dat niet op zwaartekracht werkt maar onder druk. Vooral in het buitengebied wordt het toegepast. Elk aangesloten perceel heeft een eigen pompput die het afvalwater het hoofdsysteem in pompt. De gemeente stelt eisen aan die aansluiting; controleer ze bij de beheerder.
Een tweede pomp dient als reserve. Valt de werkpomp uit of komt er veel aanvoer tegelijk, dan neemt de reservepomp het over. Zo blijft de afvoer doorgaan en voorkomt u dat het water terugloopt of overloopt bij een storing.
Periodiek: de put wordt gecontroleerd op bezinksel, de pomp en vlotters op werking en slijtage, en het alarm wordt getest. Doekjes, vet en grof vuil veroorzaken de meeste storingen. Hoe vaak onderhoud nodig is, hangt af van de belasting en de aanvoer.
Dan pompt er niets meer en vult de berging zich. Een goed ontworpen put heeft genoeg buffer voor de piek en een gecontroleerde overstort, de ontlastput, zodat een storing geen wateroverlast of vervuiling wordt.
Waar stilstand direct schade of overlast geeft, is een dubbelpompsopstelling de norm. De pompen wisselen elkaar af, slijten gelijk en vangen elkaars uitval op. Voor een enkele woning kan één pomp volstaan, voor een bedrijf zelden.
Meestal is het schakelvolume te klein of staan de niveauschakelaars verkeerd afgesteld. Elke start kost slijtage, dus een pomp die om de haverklap aanslaat gaat vroeg stuk. Dat is een kwestie van narekenen en bijstellen.
Hoe drukriolering in het buitengebied werkt en wat een aansluiting vraagt.
De keuze tussen vrij verval, drukriolering en lokale zuivering.
Hemel- en proceswater bovengronds opvangen en gericht afvoeren.
Het grotere plaatje van zuiveren en lozen op uw locatie.