Een vetafscheider moet worden geleegd zodra de laag vet of slib een vastgesteld deel van het opslagvolume bereikt. NEN-EN 1825 koppelt de leegfrequentie aan die vulgraad, niet aan een vaste datum. In de praktijk komt het bij veel keukens neer op maandelijks legen, met daarnaast ongeveer een keer per jaar een volledige reiniging en keuring. De werkelijke frequentie hangt af van uw belasting.
Een vetafscheider wordt ook wel vetvanger, vetput, vetvangput of in het Engels grease separator genoemd.

De norm gaat ervan uit dat een afscheider zijn werk alleen goed doet zolang er ruimte is om vet te bergen en slib te laten bezinken. Loopt de opslag vol, dan wordt de verblijftijd korter en spoelt vet alsnog door. Daarom is het uitgangspunt: legen voordat de gevulde ruimte een bepaald deel van het beschikbare volume overschrijdt. Een drukke keuken haalt dat punt sneller dan een kantine die alleen op werkdagen kookt. Wie de vulgraad volgt in plaats van blind een schema aan te houden, voorkomt zowel onnodig vaak legen als een afscheider die te lang vol staat.
Naast het frequente legen hoort er een periodieke, vaak jaarlijkse, algehele keuring bij. Dan wordt de afscheider helemaal leeggemaakt en gereinigd, en gecontroleerd op dichtheid, beschadiging, de werking van eventuele coalescentie-elementen en de toestand van de slibvang. Lekkages, scheuren of een verzakte afscheider komen zo aan het licht voordat ze tot een lozingsprobleem leiden. Het vrijgekomen vet en slib zijn bedrijfsafval en moeten via een erkende verwerker worden afgevoerd, met een afvalbon als bewijs.
Onder het Besluit activiteiten leefomgeving en in de meeste vergunningen is een onderhoudsplan met registratie gangbaar. Houd in een logboek bij wanneer er is geleegd, gereinigd en gekeurd, door wie, en hoeveel er is afgevoerd. Bij een controle vraagt de omgevingsdienst of het waterschap die gegevens op. Een compleet logboek is het verschil tussen een vlotte controle en een handhavingstraject. Bewaar ook de afvalbonnen.
Een afscheider die niet wordt bijgehouden raakt vol, gaat stinken en laat vet door naar het riool, precies het probleem dat hij moest voorkomen. Bovendien vervalt feitelijk de naleving van de vergunning. Goed onderhoud is daarmee geen bijzaak maar de kern van een werkende afscheider. Twijfelt u over de juiste frequentie voor uw situatie, lees dan ook hoe de maat tot stand komt in de juiste maat berekenen volgens NEN-EN 1825, want een te krappe afscheider moet vaker worden geleegd. Achtergrond over het systeem vindt u bij vetafscheiders.
Het legen wordt meestal door een gespecialiseerd bedrijf met een zuigwagen gedaan, omdat het vet en slib als afval moeten worden afgevoerd en geregistreerd. Zelf legen mag soms voor kleine units, maar de afvoer moet altijd via een erkende verwerker met een bon.
Afgevangen vet is bedrijfsafval en gaat naar een erkende verwerker. Een deel wordt verwerkt tot grondstof of brandstof. U bewaart de afvalbonnen als bewijs voor de controle.
Ja, ook een compacte afscheider moet op vulgraad worden geleegd en periodiek gereinigd. Kleine units lopen juist sneller vol en vragen daarom vaker aandacht.
Lees ook waar u de afscheider het beste plaatst in binnen, buiten, vrij verval of met pomp.