Een slibvangput, ook wel zandvang genoemd, laat zand, slib en zwaar bezinksel bezinken voordat het water een vet- of olieafscheider bereikt. Daarmee beschermt de put de afscheider en houdt hem efficiënt: zand dat al onderweg is afgevangen, verstopt de scheidingsruimte niet en verkort de levensduur niet. De benodigde slibvangcapaciteit wordt mee bepaald door de norm van de afscheider, NEN-EN 858 voor olie en NEN-EN 1825 voor vet.
Een slibvangput wordt ook wel bezinkput of zandvanger genoemd.

Schematische doorsnede. Het water komt tot rust, zand en slib zakken naar de bodem en het ontzande water stroomt bovenlangs door naar de afscheider.
Een slibvangput is een bezinkput die vóór een afscheider in de afvoerleiding is geplaatst. De put doet zijn werk zonder pomp of stroom: door het water even tot rust te laten komen, krijgen zware deeltjes de tijd om naar de bodem te zakken. Zand, gruis, etensresten en ander bezinksel verzamelen zich onderin, terwijl het lichtere water bovenlangs verder gaat. Bij kleinere installaties is de slibvang vaak in de afscheider geïntegreerd; bij een zware bezinkbare vracht is een aparte put ervoor logischer. Zo komt het water schoner aan in de afscheider, die daardoor langer goed blijft werken.
Een aparte slibvangput is verstandig wanneer er veel zand of bezinksel in het afvalwater zit. Denk aan wasplaatsen voor voertuigen en machines, werkplaatsen, bouw- en grondgebonden bedrijven, en keukens waar veel zetmeel- en bezinkbaar materiaal meekomt. Hoe meer vaste deeltjes, hoe sneller een geïntegreerde slibvang vol raakt en hoe groter de kans dat slib doorspoelt naar de scheidingsruimte. In die gevallen vangt een ruim bemeten put vooraf het grootste deel weg. Of het in uw situatie nodig is, hangt af van de aard van het afvalwater en de capaciteit die de afscheidernorm voorschrijft.
De maat van de slibvang staat niet los van de afscheider erachter. Zowel NEN-EN 858-2 (olie) als NEN-EN 1825 (vet) schrijven bij een afscheider een bijbehorende slibvangcapaciteit voor, afhankelijk van de nominale grootte en de verwachte hoeveelheid bezinkbaar materiaal. Bij veel zand wordt een grotere slibvang aangehouden dan bij een schone afvalstroom. Een aparte put vooraf wordt zo bemeten dat het water genoeg verblijftijd krijgt om tot rust te komen. Te krap, en het zand spoelt door; te ruim is zelden een probleem, maar wel duurder. Met de rekenhulp krijgt u een eerste indicatie van de benodigde afscheider en de bijbehorende slibvang.
Een slibvangput werkt alleen zolang er ruimte is om te bezinken. Loopt de zand- en sliblaag te hoog op, dan neemt de verblijftijd af en spoelt het bezinksel alsnog door naar de afscheider, precies wat de put moest voorkomen. Tijdig legen is daarom geen bijzaak. Hoe vaak dat moet, hangt af van de hoeveelheid zand en slib die u loost: een drukke wasplaats vraagt vaker een zuigwagen dan een lichte keuken. Houd het legen bij in een logboek, dan kunt u bij een controle aantonen dat de installatie naar behoren werkt en weet u wanneer de volgende beurt aan de orde is.
De slibvang kan op twee manieren worden uitgevoerd: geïntegreerd in de afscheider zelf, of als aparte put ervoor. Integraal is compact en voor de meeste keukens en kleinere installaties de logische keuze; één put, één deksel, één lediging. Een separate slibvangput wordt interessant zodra er veel bezinksel meekomt, denk aan wasplaatsen waar zand en modder van voertuigen spoelen, aan de groenteverwerking of aan terreinwater met veel straatvuil. Het zware werk gebeurt dan vóór de afscheider, die daardoor kleiner kan blijven en beter blijft presteren. De verhouding tussen slibaanbod en debiet bepaalt de keuze, en dat is rekenwerk, geen gevoel.
Slibvangputten worden uitgevoerd in beton of HDPE. Beton is de standaard in terrein met verkeer en is tegen agressief afvalwater inwendig te voorzien van een coating. HDPE is licht en corrosievrij en past waar het gewicht of de bereikbaarheid een rol speelt. Ligt de put in verhard terrein, dan geldt ook hier NEN-EN 124 voor het deksel: A15 waar alleen gelopen wordt, B125 voor personenauto's, D400 waar vrachtverkeer komt. En net als bij de afscheider zelf geldt: kies op de zwaarste belasting die kan voorkomen, niet op de gemiddelde dag.
De begrippen lopen in de praktijk door elkaar. Een slibvangput is de bezinkruimte die bij een vet- of olieafscheider hoort en die op de norm van die afscheider wordt gedimensioneerd. Een bezinkselafscheider of sedimentatie-unit is een zelfstandig toestel dat zand en bezinkbare delen uit een waterstroom haalt, bijvoorbeeld uit terrein- of proceswater, zonder dat er per se een afscheider achter staat. De werking is hetzelfde, bezinken door rust en tijd, maar het doel en de berekening verschillen. Weet u niet welke van de twee uw situatie vraagt, dan is dat precies de vraag die ik beantwoord.
Ik verkoop geen putten of afscheiders, ik reken ze door. De maat die uit mijn berekening komt klopt met de norm en niet met een verkoopdoel. Ik breng uw afvalstroom in kaart en bepaal of een aparte slibvangput nodig is en hoe groot. Daarna weet u precies wat u nodig heeft, los van wie het levert. Leg uw project voor.
Het zijn in de praktijk twee namen voor hetzelfde principe: een bezinkput die zware deeltjes laat zakken voordat het water verder gaat. "Zandvang" benadrukt het afvangen van zand, "slibvang" het bredere bezinksel. Beide staan vóór de afscheider.
Niet altijd. Bij veel afscheiders is een slibvang al geïntegreerd. Een aparte put vooraf is vooral verstandig als er veel zand of bezinksel in het afvalwater zit, zoals bij wasplaatsen en werkplaatsen.
De benodigde capaciteit volgt mee uit de norm van de afscheider, NEN-EN 858-2 voor olie en NEN-EN 1825 voor vet, en uit de hoeveelheid bezinkbaar materiaal. Bij veel zand wordt een ruimere slibvang aangehouden. Een berekening op uw situatie geeft de juiste maat.
Loopt de zand- en sliblaag te hoog op, dan neemt de verblijftijd af en spoelt het bezinksel alsnog door naar de afscheider. De put doet dan zijn werk niet meer en de afscheider raakt sneller vervuild. Tijdig legen is daarom belangrijk.
Ja. Door zand en slib vooraf af te vangen, komt het water schoner aan in de afscheider. Die hoeft minder bezinksel te verwerken, blijft efficiënter en gaat langer mee.
Het slibvangvolume volgt uit de norm van de afscheider erachter en hangt af van het debiet en de hoeveelheid bezinksel in het water. Een wasplaats met veel zand vraagt een veel groter volume dan een keuken. Dat is rekenwerk op de situatie.
Ja, dat heet integraal en het is voor de meeste keukens en kleinere installaties de logische keuze. Bij veel bezinksel is een aparte put ervoor beter: die vangt het zware werk af en houdt de afscheider schoon.
Zodra het slib een deel van het nuttige volume vult, moet de put geleegd worden. Hoe snel dat gaat hangt af van de vuilvracht. Combineer het legen met de lediging van de afscheider en houd het bij in het logboek.