Afvoergoten (lijngoten) en kolken vangen regen- en bedrijfsafvalwater op van verhardingen, wasplaatsen en terreinen en voeren het gecontroleerd af naar riool, afscheider of infiltratie. Een goot vangt het water over een hele lijn, een kolk doet dat op één punt. Welke keuze het beste past, hangt af van het te verwerken debiet, de belastingklasse van het verkeer en of er olie of slib in het water zit.

Schematisch. Links een lijngoot met rooster die het water over een hele lijn opvangt, rechts een kolk met zandvang die slib laat bezinken. Beide voeren af naar een leiding.
Een afvoergoot is een lijnvormige opvang die in het verharde oppervlak ligt en het water over de volle lengte aanneemt. Bovenop ligt een rooster dat het verkeer draagt en grof vuil tegenhoudt; daaronder loopt het water in de goot naar een afvoerpunt. Een kolk doet hetzelfde, maar op één plek: het oppervlak loopt met afschot naar dat punt toe en het water valt door een rooster de put in. Veel kolken hebben een zandvang, een ruimte onderin waar zand en slib bezinken voordat het water verder gaat. Goten en kolken zijn er in veel uitvoeringen, maar de kern is steeds dezelfde: oppervlaktewater opvangen en gericht afvoeren.
Overal waar regen of spoelwater op een verharding valt en niet zomaar mag wegzakken of weglopen, is een vorm van afwatering nodig. Denk aan parkeerterreinen, laad- en losplaatsen, bedrijfsvloeren, wasplaatsen en inritten. Soms gaat het puur om hemelwater dat van een groot oppervlak komt en gecontroleerd weg moet. Soms zit er meer in het water, bijvoorbeeld olie van een wasplaats of slib van een terrein, en dan is opvang juist de eerste stap richting voorbehandeling. Hoe het water daarna verder mag, hangt af van wat erin zit en van de eisen die het bevoegd gezag aan de lozing stelt.
De eerste keuze is lijn of punt: een lijngoot voor afwatering over een hele strook, een kolk voor opvang op één plek. De tweede keuze is hoeveel het bovenliggende rooster moet kunnen dragen. Goten en kolken worden ingedeeld in belastingklassen die oplopen van licht naar zwaar: van plekken waar alleen voetgangers komen, via terreinen met personenauto's, tot zwaar belaste vlakken met vrachtverkeer en industrieel transport. Voor een terras of looppad volstaat een lichte uitvoering; op een bedrijfsterrein met vrachtwagens hoort een veel zwaardere klasse. De klasse bepaalt mee welk materiaal en welke roosteruitvoering passend zijn. Welke indeling precies geldt, wordt op de locatie beoordeeld aan de hand van het verwachte verkeer.

De maat van een goot of kolk volgt uit de hoeveelheid water die in een piek verwerkt moet worden. Bepalend zijn het aangesloten verharde oppervlak, de neerslagintensiteit waarop u wilt rekenen en het afschot waarmee het water naar de opvang stroomt. Een groter oppervlak of een hevigere bui vraagt meer afvoercapaciteit, en daarmee een ruimere goot of meer afvoerpunten. Te krap gerekend en het water blijft bij een flinke bui op de verharding staan; te ruim gerekend en u betaalt voor capaciteit die nooit benut wordt. De juiste maat is een afweging tussen het oppervlak, de gekozen ontwerpbui en de manier waarop het water wordt afgevoerd. Voor een eerste indicatie van uw situatie kunt u de rekenhulp gebruiken.
Wat u met het opgevangen water doet, hangt af van wat erin zit. Bevat het olie of slib, bijvoorbeeld van een wasplaats of een werkterrein, dan hoort het meestal eerst naar een afscheider voordat het geloosd mag worden; de goot of kolk vangt op, de olieafscheider behandelt. Is het schoon hemelwater van bijvoorbeeld een dak of een nette verharding, dan is afvoeren naar het vuilwaterriool vaak onnodig en zelfs ongewenst. In dat geval kan het water beter worden afgekoppeld en lokaal infiltreren of worden gebufferd. Welke route past, leest u in het kennisbankartikel regenwater afkoppelen, hergebruiken en de ontlastput. Het bevoegd gezag bepaalt of en hoe op het riool, het oppervlaktewater of de bodem geloosd mag worden.
Terreinwater kan naar één punt stromen, de kolk, of over een lijn worden opgevangen, de afvoergoot. Puntafwatering vraagt afschot naar alle kanten richting die ene kolk, en dat lukt lang niet op elk terrein. Lijnafwatering legt de opvang precies waar het water toch al langskomt: voor de deur van de wasstraat, langs de rand van de wasplaats, dwars over de inrit. De goot verzamelt over de volle lengte en voert af naar één aansluitpunt. Welke van de twee wint, of welke combinatie, volgt uit het terreinverloop en de hoeveelheid water die u bij een piek moet aankunnen.
Gootlichamen worden gemaakt van polymeerbeton, beton of kunststof, met RVS als optie waar hygiëne telt, zoals in de voedingsindustrie. Polymeerbeton is licht, sterk en glad, beton is vertrouwd en goedkoop in de zwaardere klassen, kunststof wint waar gewicht en montagegemak tellen. Minstens zo bepalend is het rooster: sleuf- of maasrooster, gietijzer of RVS, en vooral de vergrendeling, want een losliggend rooster op een route met verkeer is een kwestie van tijd. Rooster en goot samen bepalen de belastingklasse, en die moet passen bij het zwaarste verkeer dat erover komt.
Waar de goot op uitkomt, is net zo belangrijk als de goot zelf. Water van een wasplaats of werkterrein draagt zand en olie mee en hoort via een slibvang naar de olieafscheider te lopen voordat het het riool in mag. Schoon hemelwater van dak en ongebruikt terrein hoort juist niet in die route thuis, maar gaat naar infiltratie, berging of hergebruik. Wie die stromen bij het ontwerp scheidt, houdt de afscheider klein en het systeem betaalbaar. Wie alles op één afvoer zet, betaalt dat terug in een overgedimensioneerde installatie en een strengere toets.
Ik verkoop geen goten en kolken, ik reken uit wat uw terrein nodig heeft. Dat betekent dat het ontwerp aansluit op uw oppervlak, uw verkeer en uw lozingssituatie, en niet op een verkoopdoel. Ik breng de afwatering in kaart en bepaal welke opvang, capaciteit en eventuele voorbehandeling passen. Daarna weet u precies wat u nodig heeft, los van wie het levert. Leg uw project voor.
Een afvoergoot vangt water op over een hele lijn, een kolk doet dat op één punt waar het oppervlak met afschot naartoe loopt. Goten passen goed bij brede stroken die u gelijkmatig wilt afwateren; kolken bij plekken waar het water naar een laagste punt kan worden geleid.
Dat hangt af van het verkeer over de goot of kolk. Voor voetgangers volstaat een lichte uitvoering, voor personenauto's een zwaardere, en voor vrachtverkeer een nog zwaardere klasse. De keuze wordt op de locatie beoordeeld aan de hand van het verwachte gebruik.
De maat volgt uit het aangesloten verharde oppervlak, de neerslagintensiteit waarop u rekent en het afschot. Een groter oppervlak of een hevigere bui vraagt meer capaciteit. Een berekening op uw situatie geeft de passende maat.
Dat hangt af van wat erin zit en van de eisen van het bevoegd gezag. Olie- of slibhoudend water gaat meestal eerst naar een afscheider. Schoon hemelwater wordt bij voorkeur afgekoppeld en lokaal geïnfiltreerd in plaats van naar het vuilwaterriool gevoerd.
Vaak wel. Water van een wasplaats bevat doorgaans olie en slib, dus na opvang door de goot of kolk hoort meestal een afscheider als voorbehandeling voordat geloosd mag worden. Wat precies geldt, hangt af van de activiteit en de lozingseisen op uw locatie.
De klasse volgt uit het zwaarste verkeer dat over de goot komt, van A15 voor voetgangers tot D400 voor de rijweg en vrachtverkeer en nog zwaarder op overslagterreinen. Kies op de piek, niet op het gemiddelde.
Met een stankslot op het aansluitpunt en door de zandvang regelmatig te legen. Een goot die naar een afscheider loopt zonder stankslot wordt vanzelf de geuropening van die afscheider.
Weinig maar wel regelmatig: het zandvangje legen, de goot doorspoelen en het rooster en de vergrendeling controleren. Een dichtgeslibde goot merkt u pas bij de eerste hoosbui, en dan staat het water op het terrein.
Opvangen, bufferen en afvoeren van hemelwater op uw terrein.
Hoe afvoer en riolering op uw locatie samenhangen.
Voorbehandeling van oliehoudend water vóór de lozing.
Bereken zelf een eerste indicatie voor uw situatie.