Een vuilwaterpomp kiest u nooit op één getal, maar op drie eigenschappen tegelijk: het debiet dat u per uur wilt verpompen, de opvoerhoogte die de pomp moet overwinnen en de vrije doorlaat die bepaalt hoe grof het vuil mag zijn. Pas als die drie bij uw situatie passen, draait de pomp betrouwbaar en haalt hij zijn jaren. Een pomp die op papier sterk lijkt, maar niet op uw werkpunt is gekozen, slaat te vaak aan of verstopt.
Het debiet is de hoeveelheid water die per tijdseenheid binnenkomt en dus weg moet. Bij een woning bepalen het aantal personen en de pieken in het gebruik dat getal; bij een bedrijf telt u de toestellen en de processen op die tegelijk kunnen lozen. Belangrijk is dat u op de piek rekent, niet op het gemiddelde, want juist op de drukste momenten moet de pomp het bijhouden. Tegelijk geldt: te ruim gekozen is ook niet goed, want dan leegt de pomp de put zo snel dat hij vaak start.
De opvoerhoogte is meer dan het hoogteverschil tussen put en uitstroompunt. U telt daar het drukverlies bij op dat ontstaat in de leiding, de bochten en de terugslagklep. Een lange, smalle of bochtige persleiding kost veel druk, soms meer dan de fysieke hoogte zelf. Daarom kijkt u altijd naar de pompcurve: het punt waar de gevraagde opvoerhoogte en het gevraagde debiet samenkomen, moet midden in het werkbereik van de pomp liggen, niet aan de rand.
De vrije doorlaat is de grootste vaste deeltjes die de pomp ongehinderd doorlaat. Bij huishoudelijk afvalwater met vezels en grover materiaal is een ruime doorlaat of een versnijdende uitvoering nodig, anders verstopt de pomp telkens. Voor schoner water, zoals drainage of regenwater, kan de doorlaat kleiner. Kies de doorlaat dus op wat er werkelijk in het water zit, niet op het gemiddelde geval.
De meeste storingen ontstaan doordat één eigenschap los is gekozen. Een pomp met genoeg debiet maar te weinig opvoerhoogte haalt het uitstroompunt niet; een pomp met de juiste curve maar te kleine doorlaat verstopt; een te zware pomp start te vaak en sterft jong. Reken daarom debiet, opvoerhoogte en doorlaat in samenhang door, en stem ze af op de werkelijke leiding en de werkelijke toestroom. Onze rekenhulp helpt u het werkpunt te bepalen, en op de pagina pompputten ziet u hoe de pomp in de put past.
Welke grootheid is het belangrijkst? Geen enkele op zichzelf. Debiet en opvoerhoogte bepalen samen het werkpunt, de doorlaat bepaalt of het vuil erdoor kan. U kiest op de combinatie.
Wat is opvoerhoogte precies? De totale weerstand: het hoogteverschil plus het drukverlies in leiding en bochten. Een lange of smalle leiding telt zwaar mee.
Waarom slaat een te zware pomp stuk? Hij leegt de put in seconden en start daarna meteen weer. Dat vele starten belast motor en schakeling en verkort de levensduur.
Wilt u zeker weten dat het werkpunt klopt? Lees ook dompelpomp of droog opgestelde pomp en pompput dimensioneren. Ik kies de pomp onafhankelijk van het merk, op uw werkelijke situatie.