De hemelwaterafvoer reken je uit met de formule Qr = afvloeiingscoefficient (psi) maal regenintensiteit (i) maal het aangesloten oppervlak (A). Daarmee bepaal je hoeveel water er bij een bui per seconde van een dak of verharding wegstroomt, uitgedrukt in liter per seconde. Die piekafvoer bepaalt de maat van goten, leidingen en afscheiders; de gemeente of het waterschap bepaalt daarnaast hoeveel water je op eigen terrein moet kunnen bergen.
Schematisch. Regenwater stroomt van dak en verharding via goot en kolk naar een verzamelleiding. De piekafvoer Qr bepaalt de maat van leiding en afscheider; daarnaast eist het bevoegd gezag vaak een berging op eigen terrein. Schoon hemelwater gaat bij voorkeur naar berging of infiltratie, vervuild water eerst naar een afscheider.
De kern is eenvoudig. De afvoer van een oppervlak is het product van drie grootheden: de afvloeiingscoefficient psi (hoeveel van de neerslag werkelijk wegstroomt), de regenintensiteit i (hoe hard het regent in de bui waarop u rekent) en het aangesloten oppervlak A (de horizontale projectie van dak of verharding). De uitkomst Qr is de piekafvoer in liter per seconde. Hoe groter het oppervlak en hoe heviger de bui, hoe meer water er per seconde wegstroomt, en hoe ruimer de afvoer en eventuele voorbehandeling moeten zijn.
De regenintensiteit is de hoeveelheid neerslag per tijd en per oppervlak waarop u de afvoer dimensioneert. Een veelgebruikte publieke richtwaarde voor de ontwerpbui is ongeveer 150 liter per seconde per hectare. Omgerekend is dat 0,015 liter per seconde per vierkante meter, want een hectare is tienduizend vierkante meter. Met die waarde rekent u eenvoudig per oppervlak: vermenigvuldig het aangesloten oppervlak in vierkante meter met 0,015 om de bruto regenval per seconde te krijgen, voordat u de afvloeiingscoefficient toepast. Welke ontwerpbui in uw situatie geldt, kan per gemeente en per toepassing verschillen; de waarde hierboven is indicatief.
Niet alle neerslag stroomt af. Een deel blijft achter, verdampt of zakt weg in de ondergrond. De afvloeiingscoefficient drukt uit welk aandeel werkelijk afstroomt, op een schaal van nul tot een. Voor dicht verhard oppervlak zoals beton of een gesloten dak ligt de waarde hoog, dicht bij een, omdat er nauwelijks water wegzakt. Voor klinkerbestrating met open voegen ligt de waarde lager, omdat een deel tussen de stenen door wegzakt. Voor grind of halfverharding is de waarde nog lager, en voor open en begroeid terrein het laagst. Een overkapt oppervlak gedraagt zich als gesloten verharding; een open, doorlatend terrein houdt veel meer water vast. De precieze waarde hangt af van de ondergrond en de helling en wordt op de locatie beoordeeld.
Twee getallen worden vaak door elkaar gehaald, terwijl ze iets heel anders zeggen. De afvoer is een debiet in liter per seconde en bepaalt hoe snel het water weg kan: daarmee dimensioneert u goten, leidingen en de capaciteit van een afscheider. De berging is een volume, uitgedrukt in kubieke meter of in millimeter over het aangesloten oppervlak, en bepaalt hoeveel water u tijdelijk op eigen terrein moet kunnen vasthouden voordat het vertraagd weg mag. De afvoer gaat dus over snelheid, de berging over hoeveelheid. U heeft beide nodig: een ruime afvoer zonder berging stuurt de piek alsnog in een keer het systeem in, en een grote berging zonder voldoende afvoer loopt bij de volgende bui weer vol.
De richtwaarden hierboven helpen om de orde van grootte te begrijpen, maar de bindende eis stelt het bevoegd gezag. De gemeente bepaalt doorgaans de bergingseis voor hemelwater, vaak uitgedrukt als een aantal millimeter dat u op eigen terrein moet kunnen bergen, en stelt voorwaarden aan het afkoppelen en het lozen op het riool. Het waterschap is aan zet als u op oppervlaktewater loost. Reken daarom de indicatie zelf na, maar leg de definitieve maat naast de eis die in uw gemeente of waterschap geldt. Voor een eerste indicatie van uw situatie kunt u de rekenhulp gebruiken, tabblad regenwaterberging.
Ik verkoop geen putten, kratten of afscheiders, ik reken uit wat uw oppervlak en uw lozingssituatie vragen. Dat betekent dat de afvoer en de berging kloppen met de eis van uw gemeente of waterschap, en niet met een verkoopdoel. Ik breng het aangesloten oppervlak en de afvoerroute in kaart en bepaal de passende maat. Leg uw project voor.
De regenwaterafvoer is Qr = afvloeiingscoefficient (psi) maal regenintensiteit (i) maal het aangesloten oppervlak (A). De uitkomst is de piekafvoer in liter per seconde, die de maat van goten, leidingen en afscheiders bepaalt.
Een veelgebruikte publieke richtwaarde is ongeveer 150 liter per seconde per hectare, gelijk aan 0,015 liter per seconde per vierkante meter. Welke ontwerpbui precies geldt, kan per gemeente en per toepassing verschillen, dus dit is indicatief.
De afvloeiingscoefficient geeft aan welk deel van de neerslag werkelijk afstroomt, op een schaal van nul tot een. Voor dicht verhard oppervlak en gesloten daken is de waarde hoog, voor klinkers lager en voor grind of open terrein laag.
De afvoer is een debiet in liter per seconde en bepaalt hoe snel het water weg kan; daarmee dimensioneert u leidingen en afscheiders. De berging is een volume in kubieke meter of millimeter en bepaalt hoeveel water u tijdelijk op eigen terrein moet kunnen vasthouden.
De gemeente bepaalt doorgaans de bergingseis voor hemelwater en de voorwaarden voor afkoppelen en lozen op het riool. Het waterschap is aan zet bij lozing op oppervlaktewater. De richtwaarden zijn indicatief; de bindende eis stelt het bevoegd gezag.
Reken zelf een eerste indicatie voor uw oppervlak en berging.
Opvangen, bufferen en afvoeren van hemelwater op uw terrein.
Terrein- en hemelwater gecontroleerd opvangen en afvoeren.
Afkoppelen, hergebruiken en de rol van de ontlastput.