Een coalescentieafscheider is een olieafscheider met een coalescentie-element dat fijne oliedruppels laat samenvloeien tot grotere druppels, die daarna opstijgen en worden afgevangen. Daardoor blijft veel minder restolie in het water achter dan bij een afscheider die alleen op zwaartekracht werkt. Onder NEN-EN 858 heet dit een klasse I afscheider, en u heeft hem nodig zodra uw lozingseis streng is.
Een coalescentieafscheider is een klasse I olieafscheider en wordt ook wel KWS-afscheider of koolwaterstofafscheider genoemd.
Olie is lichter dan water en stijgt vanzelf op, maar dat geldt vooral voor grotere druppels. De allerkleinste druppels blijven lang zweven en spoelen met het water mee. Het coalescentie-element lost dat op. Het biedt een groot intern oppervlak waaraan kleine druppels zich hechten. Daar groeien ze aan elkaar, vormen grotere druppels en krijgen genoeg drijfkracht om alsnog naar boven te komen. Dit samenvloeien is de coalescentie waaraan de afscheider zijn naam dankt. Het verschil met een gewone afscheider zit dus niet in een ander principe, maar in de afvang van het fijne deel dat zwaartekracht laat lopen.
NEN-EN 858 onderscheidt twee klassen. Klasse II werkt op zwaartekracht en haalt het grootste deel van de olie eruit. Klasse I voegt het coalescentie-element toe en brengt het restoliegehalte veel verder omlaag. Het zijn dus niet twee losse apparaten maar twee prestatieniveaus van hetzelfde type afscheider. Klasse I presteert beter, maar is daarmee niet altijd de juiste keuze, want hij is duurder en het element vraagt meer onderhoud. Een uitgebreide uitleg van de norm vindt u in NEN-EN 858 uitgelegd.
De vereiste klasse volgt uit de restwaarde die uw lozing mag hebben, en die wordt bepaald door waar u op loost. Loost u op het vuilwaterriool, dan is de eis vaak lichter en kan klasse II volstaan. Loost u op oppervlaktewater, op een hemelwaterstelsel of in een kwetsbaar gebied, dan is de eis bijna altijd strenger en komt u uit op klasse I. De afweging is geen kwestie van voorkeur: te licht kiezen leidt tot afkeuring, onnodig zwaar kiezen tot een investering die niet hoefde. Het bevoegd gezag, vaak het waterschap of de omgevingsdienst, bepaalt onder het Besluit activiteiten leefomgeving welke eis voor u geldt.
Het coalescentie-element is het hart van een klasse I afscheider en vervuilt in gebruik. Het moet regelmatig worden gereinigd en periodiek vervangen, naast het legen van olie en slib. Een verstopt element laat de afscheider terugvallen naar een lager rendement zonder dat u dat ziet. Houd het onderhoud daarom bij in een logboek. Meer hierover staat in olieafscheider onderhoud en keuring, en het systeem zelf beschrijven we bij coalescentieafscheiders.
Ja, een slibvang hoort erbij en is vaak geïntegreerd. Hij vangt zand en bezinksel af dat anders het coalescentie-element verstopt. Lees verder over de slibvangput.
Soms is een coalescentie-element achteraf in te bouwen, maar dat hangt af van het type en de capaciteit. Vaak is het verstandiger meteen de juiste klasse te kiezen op basis van de lozingseis.
Het element raakt vervuild en gaat in prestatie achteruit. Reinigen helpt, maar periodiek vervangen hoort bij het onderhoud. Het ritme hangt af van de belasting.